Forse toename van inspanningsastma bij sporters


Steeds meer sporters kampen met klachten van de luchtwegen. Was er tijdens de olympische zomerspelen bij 11% van de sporters sprake van inspanningsgebonden astma, tijdens de zomerspelen van 1996 gold dit al voor 20% van de deelnemers. Deze stijging lijkt overigens in de pas te lopen met de algehele toename van astma in de bevolking.
Bij atleten die wintersporten beoefenen is dit percentage nog hoger, namelijk 25%.
Het voorkomen van deze klachten is sterk afhankelijk van de tak van sport. Bij wielrenners en langlaufers heeft grofweg de helft van de sporters klachten. Bij schoonspringers en gewichtheffers was in geen enkel geval sprake van actieve astma.
Voor deze stijging is tot nu toe nog geen verklaring gevonden. Wel wordt steeds meer duidelijk over de mechanismen die bij inspanning leiden tot samentrekken van de luchtwegen. Zo blijkt de ademfrequentie vooral een rol te spelen, evenals de temperatuur en de vochtigheid van de lucht. De koude, droge lucht in de ijshal van Saltlake-city vormden hier voor een aantal schaatsers beslist een nadeel. Uitdroging door te weinig drinken speelt hierbij ook een negatieve rol.

Aan sporters met inspanningsastma is het toegestaan om bepaalde luchtwegverwijdende medicijnen te gebruiken. Sinds november 2001 is echter door het IOC de regel ingevoerd dat deze zogenaamde beta-2 agonisten allleen nog mogen worden gebruikt wanneer de astma met een test is vastgesteld. Hiervoor is in het algemeen een maximale inspanningstest nodig met een zogenaamde FEV1-curve.


Laatst gewijzigd: 14-12-2008