Sportsschoenen

 

Wat is een goede loopschoen?

Het looppatroon

Het vaststellen van een afwijkend looppatroon

Achillespees en kuitklachten

Hallux valgus

Hallux rigidis

Knobbelvorming achter op het hielbeen

Fasciitis plantaris (hielspoor)

Pijnlijke middenvoetsbeentjes

Beenvliesontsteking (shinsplints)

Knieklachten

Enkelverzwikking

Blauwe nagels

 

Schoenen kunnen een rol spelen bij het ontstaan en in stand houden van blessures. Ook kunnen zij worden gebruikt om een herhaling van klachten te voorkomen. Dit kan worden gedaan door de schoen op het individu aan te passen.

 

De afgelopen decennia heeft de sportschoen een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Mede doordat ze een gewild modeartikel zijn geworden is de keuze in sportschoenen sterk toegenomen. Zo zijn er in Nederland meer dan 500 verschillende modellen hardloopschoenen op de markt. Dit maakt de kans vrij groot dat een sporter een paar schoenen uitkiest dat niet optimaal is gezien zijn persoonlijke eigenschappen.

 

Wat is een goede loopschoen?

Kies bij voorkeur een loopschoen die aan de volgende eigenschappen voldoet.

  • Een stabiele neutrale schoen;
  • Een stevige hielkap (contrefort). Als je op je tenen gaat staan dan moet de schoen “meekomen”, ook zonder aangesnoerde veters;
  • Een hak die 1,5 cm hoger is dan de voorvoet;
  • De constructie moet beweging mogelijk maken tussen voorvoet en achtervoet (25% in het “mediotarsale” gewricht);
  • Een schoen waarbij de zool “scharniert” ter plaatse van het basisgewricht van de grote teen.

 

Let op: Stabiliteit is belangrijker dan demping!! Bij veel demping wordt het moment van neerkomen niet meer geregistreerd zodat aanspannen te laat plaatsvindt. Teveel demping gaat zo ten koste van de stabiliteit. Het vermindert het “loopgevoel”. Een dikke zool gaat ook ten koste van de sprongkracht.

Laat de schoen aanmeten door een deskundige verkoper.

 

Bij klachten is een verdere analyse van het looppatroon van belang om middels een correctie het looppatroon te verbeteren. Dit kan gebeuren door een corrigerende zool of schoen.

 

Het looppatroon

Het looppatroon in combinatie met verkeerde schoenen kan een oorzaak zijn van blessures.

Er worden drie patronen onderscheiden:

  • Neutraal looppatroon
  • Overpronatie
  • Onderpronatie of supinatie

 

Pronatie kunt u zien als een stand waarbij iemand op de binnenzijde van de voet staat of loopt. Bij supinatie is de buitenkant van de voet naar omlaag bewogen c.q. de binnenkant naar boven gedraaid. Iemand loopt dan meer op de buitenzijde.

 

Neutraal looppatroon

Bij dit looppatroon raakt, na het door de lucht zwaaien van het been, de hak aan de buiten/achterkant als eerste de grond. Vervolgens wordt de voet afgewikkeld naar het binnenste deel van de voorvoet en grote teen (normale pronatie). Vanuit dit deel van de voet wordt ook de afzet verzorgd, door de lange grote teenbuiger (flexor hallucis longus).

Bij een sprint landt iemand direct op de voorvoet.

 

Overpronatie

Dit gaat gepaard met het naar binnen draaien van het onderbeen en, bij een meer gestrekte knie, ook een naar binnen draaien van de heup. De voet maakt een kantelbeweging naar binnen en vooral het basisgewricht van de grote teen wordt belast. Ook bij een neutraal looppatroon vindt enige pronatie plaats. Van overpronatie wordt gesproken wanneer er meer pronatie is dan gewoonlijk en dit mogelijk de reden zou kunnen zijn van een bepaalde klacht. Vooral de knie kan worden belast, door een abnormale draaiing in het onderbeen.

 

Supinatie/onderpronatie

Bij dit looppatroon wordt de buitenzijde van de voet relatief meer belast. Voor een goede schokabsorptie door de voorvoet is enige pronatie nodig. Als die onvoldoende plaatsvindt, kan de schokabsorptie bij het landen onvoldoende zijn en kunnen blessures ontstaan. Ook bij dit looppatroon kan door een afwijkende draaiing in het onderbeen de knie overbelast worden.

 

 

Hoe kan een afwijkend looppatroon worden vastgesteld?

Dit bij voorkeur alleen als er een duidelijke pijnklacht bestaat, in een gespecialiseerd centrum.

 

  • Anamnese (het pijnverhaal)
  • Het bekijken van de stand van de voeten
  • De voetafdruk
  • De beweegbaarheid van basisgewricht van de grote teen, enkel, knie, heup
  • Het slijtagepatroon van de schoen
  • Videoanalyse van het looppatroon
  • Voetdrukmeting bij hardlopen

 

Enkele voorbeelden van blessures in samenhang met schoenen:

 

Achillespees en kuitklachten

Dit kan ontstaan door overmatige trekspanning in pees en kuit of door overpronatie of beiden. Als behandeling kan een hakverhoging worden overwogen of een “antipronatieschoen”.

 

Hallux valgus

Dit is een x-stand in het basisgewricht van de grote teen. Dit kan ontstaan door een te sterke binnenwaartse kanteling (pronatie) van de voet. Dit kan een steun aan de binnenzijde of een antipronatieschoen wenselijk maken.

 

Hallux rigidis

Dit is een te stijf basisggewricht van de grote teen. Hierdoor wordt dit gewricht bij elke afzet tegen z’n uiterste stand gedrukt. Een aanpassing van de zool of een zogenaamd afwikkelbalkje onder de schoen kunnen pijnklachten bestrijden.

 

Knobbelvorming achter op het hielbeen

Bij mensen met een holvoet staat het hielbeen meer naar achteren gekanteld. Dit geeft druk tegen de hielkap van de schoen. De hielkap kan na verwarming worden uitgeduwd of uitgesneden.

 

Te veel druk in het voorste spronggewricht

Bij een hoge wreef blokkeert bij het naar boven bewegen van de voorvoet het spronggewricht vrij snel. Een hakverhoging of eventueel een steun aan de binnenzijde kunnen uitkomst bieden.

 

Fasciitis plantaris (hielspoor)

Dit is een irritatie van de peesplaat onder de voet. Dit ontstaat door verrekking van de peesplaat. Dit kan o.a. komen door overpronatie. Een goede stabiele schoen met voldoende ondersteuning van de voorvoet kan klachten tegengaan. Doordat een peesplaat, weefsel is dat weinig doorbloed is, kan het herstel lang duren.

 

Pijnlijke middenvoetsbeentjes

Dit ontstaat door teveel belasting van de voorvoet. De oorzaak hiervan kan zijn:

  • Een doorgezakte voorvoet
  • Een te harde tussenzool
  • Een voorvoetlanding bij hardlopen
  • Een holvoet

Met een voorvoetsteun kan e.e.a. worden ontlast.

 

Beenvliesontsteking (shin splints)

Dit is een irritatie van de aanhechting van de spierpeesplaat van de voetheffer op het scheenbeen. Het ontstaat door overbelasting door een te snelle trainingsopbouw of een te harde ondergrond. Vaak is er ook sprake van overpronatie. Een antipronatieschoen kan dan verbetering geven.

 

Knieklachten

Vaak is de sportschoen een van de oorzakelijke factoren. Vaak is er een overpronatie en een valgusstand van de voet. Hierdoor wordt het onderbeen naar binnen gedraaid en zal de knieschijf minder goed sporen.

 

Enkelverzwikking

Hier kan worden gekozen voor een schoen die de enkel omvat of een breder steunvlak (zool)

 

Blauwe nagels

Ontstaan vaak door klauwen door een overbelaste voorvoet. Dus niet altijd door te kleine schoenen. Behandeling bestaat uit ondersteuning of stabiliseren van de voorvoet.


Laatst gewijzigd: 14-12-2008

 

Bovenkant document