![]() |
Koersrumoer.nlOver het Amsterdamse wielrennen | Laatst gewijzigd: 30-05-2008 22.00 uur |
![]() |
|
|
![]() Professor en El Jefe van links en rechts ![]() na DK 2010 Verslag Giro della Sardegna 2010De aanloop:Tijdens de voor de mannen traditionele trainingsweek in 2009 in Spanje had een aantal WVA-leden het plan opgevat om in 2010 de Giro della Sardegna te gaan rijden. Bart was er bij toeval geweest tijdens de week dat deze giro werd verreden en had mensen gesproken over hun deelname. De verhalen waren zeer enthousiast wat betreft organisatie en de ritten door de mooie delen van het eiland. Dit leidde ertoe dat Bart Dolfin, Erik-Jan Bosch, Kees Cohen, Marc Onnen en John Mens zich inschreven voor de editie van 2010. De mannen hadden in de winter flink getraind, hetgeen goed te merken was tijdens de eerste schermutselingen op het Slotense parcours dit jaar. Kees had getraind hetgeen op zichzelf al een bijzonderheid is. John en Bart waren diverse keren het Markermeer rond geweest na in de winter de warme open haard van Tante Truus met grote regelmaat te hebben versmaad. Het laatste kon, getuige het lage tempo tijdens de eerste voorjaarswedstrijden, van weinig renners worden vermoed. Marc had met een schema getraind en was wel vijftig keer het kopje van Bloemendaal op geweest ten behoeve van een indrukwekkend optreden bij de rode nummers op Sloten en in de Giro. Erik-Jan was helaas in de winter door het vele schaatsen geblesseerd geraakt aan een knie maar was gelukkig, o.a. door de goede zorgen van fysiotherapeut Hans Leijnse geheel hersteld. Om in Sardinië de beschikking te hebben over een auto was afgesproken dat Bart en Kees met auto de boot zouden nemen vanuit Livorno in Italie. John, Marc en Erik-Jan hadden een ticket geboekt om via Keulen op zaterdag naar Olbia te vliegen. Ook Leidenaar Piet van Winden behoorde tot de Squadra di Amsterdam. Hij was eerder die week al met het vliegtuig aangekomen, helaas zonder de hem zo dierbare fonkelnieuwe Pinarello. Die was voorlopig niet verder gekomen dan München waar hij was overgestapt. Onder het motto “je moet toch wat” had hij op vrijdag maar een nieuwe karretje gekocht zodat hij toch kon starten. Om in Keulen te komen met drie fietskoffers had het drietal Erik-Jan, Marc en John met graagte het aanbod aanvaard van Ronald om zijn multifunctionaliteit zo vermaarde bus te gebruiken. Deze gemotoriseerde doos van Pandora had bij cycloos zijn nut al zo vaak bewezen. Maar hij wordt een dagje ouder en bleek in de aanloop naar de reis problemen te hebben met het elektronische systeem zodat de accu steeds leeg liep. En ondanks dat onze Italiaanse connectie de garage stevig onder druk had gezet moest worden uitgekeken naar alternatief vervoer. Tijdens de week voorafgaande aan het vertrek nam de spanning flink toe i.v.m. de zich uitbreidende aswolk uit IJsland. Zag het er woensdag nog gunstig uit, Donderdag kwam met het sluiten van het Engelse luchtruim de ellende al veel dichter bij en vrijdag werd het vertrek ineens hoogst onzeker. En toen vrijdagavond het gevreesde woord op de website van Air Berlin te lezen stond:( "canceled") zaten drie liefhebbers van het Amsterdamse wielrennen in zak en as. Koortsachtig overleg over alternatieve opties volgde. En terwijl John al telefonerend met onze Italiaanse connectie de website van Easyjet had opgezocht om de optie Malpenza te onderzoeken belde Marc dat hij op de site van Easyjet een mogelijkheid had gevonden om naar Olbia te vliegen. Maar dan moesten wel nu weg en wel plankgas want we hadden nog ong. 13 uur de tijd. Erik-Jan kon weer uit zijn pyjama want er was belangwekkend nieuws: "We gaan rije!!". Marc opgehaald in Oegstgeest, Erik-Jan in Amstelveen en om 1 uur ’s nachts ging het richting Italie. De mannen hadden die dag gewerkt maar John had in de avond al twee uurtjes opgebaard gelegen (copyright Jan Zomer) en was zodoende maar achter het stuur gekropen. Dankzij een goeddeels lege autobahn reed het drietal om 7 uur Zwitserland binnen en om 10 uur Italië. Het rotsvaste vertrouwen in de Alpen als atmosferische barrière kreeg een gevoelige knauw toen ergens beneden de Gotthardtunnel een zangerige Zwitser ons drietal meedeelde dat het Zwitserse luchtruim die dag was gesloten. En in Italië vloog van alles door de lucht behalve vliegtuigen. Malpenza maakte een verlaten indruk. In de vertrekhal waren vooral liefhebbers van het Amsterdamse wielrennen te vinden die live konden meemaken hoe ook hun enige uren eerder bij Easyjet geboekte vlucht de nek om werd gedraaid. Stoppelbaarden, plakkende huidplooien, hangende oogleden en een moddersmaak in de mond ten spijt zat er maar een ding op: 350 km verder lag Livorno en die avond vertrok er een boot naar Olbia, Sardinië. Inmiddels verkeerden Bart en Kees in onzekerheid over het lot van de rest van de Squadra di Amsterdam. Maar rond 18.00 uur kon de SMS worden verzonden die maakte dat de heren wisten waar ze aan toe waren: om zes uur het bed uit voor een hereniging op de kade in Olbia. Helaas was het niet gelukt om een cabine te huren zodat de mannen, na van het authentieke Italiaanse organisatievermogen van het boordpersoneel te hebben genoten, liggend naast de ballenbak de nacht doorbrachten. Op de kade van Olbia heerste om 7.30 uur een gevoel van overwinning en gesterkt door dit gevoel hesen de mannen zich na aankomst in het door Bart gehuurde huis in het kersverse WVA-pak. Ze stonden met een knikkebollende John om 10.00 uur aan de start voor de eerste etappe. Zondag 18 april: De gran fondo, tevens eerste etappe. De eerste etappe was tegelijkertijd een eendaagse cyclo van 140 km waar enkele honderden vrijwel allemaal Italiaanse wielrenners op af waren gekomen. Wie wel eens in Italië heeft gefietst weet welk spektakel zich voltrekt wanneer Italiaanse wielrenners aan de start staan: prachtige fietsen, smaakvolle koerskleding en voor het overige tot in de puntjes verzorgde wielrenners. Er hing bij de start een geanimeerde sfeer van druk pratende en roepende renners. Iedereen wilde uiteraard "avanti" (naar voren) maar vooraan stonden al o.a. vier liefhebbers van het Amsterdamse wielrennen (Erik-Jan had wegens vermoeidheid van deelname vandaag afgezien) die samen met Leidenaar Piet van Winden de Amsterdamse squadra vormden. De mannen droegen nieuwe koerskleding waar men zeer tevreden mee was. Wel was uit Artis het bericht gekomen dat wanneer er een renner van WVA langsreed in nieuwe koersbroek, dit veel onrust gaf in het verblijf van de gorilla’s. Voor John en Marc was deze dag overleven en proberen om niet teveel tijd te verliezen het devies. De voorbereiding was tenslotte verre van ideaal geweest. Na het vallen van het startschot ging het er meteen stevig aan toe. In hoog tempo was het stijgen en dalen en draaien en keren over goede asfaltwegen tussen vrij ordelijk rijdende Italianen die bloedserieus aan het koersen waren. Er stond een stevige wind zodat de zaak regelmatig op de kant ging in een soms langgerekt peloton. Af en toe brak het peloton om na enige tijd weer te worden herenigd. Het vele klimmen en de tempowisselingen maakten de koers loodzwaar. Tot ongeveer 80 kilometer zaten Kees, Bart en John voor in de koers met Marc niet ver daar achter. tijdens een lange klim brak het peloton opnieuw. John en Bart kwamen in een tweede groep terecht. Ook Kees moest na 100 km de voorste Italiaanse semiprofs die uitstekend konden klimmen en geroutineerd daalden loslaten om uiteindelijk slechts ongeveer 5 minuten te verliezen op de kop van de wedstrijd. In de eindsprint bleef hij voormalig vedette Massimiliano Lelli net voor. Bart en John eindigden resp. ongeveer 10 en 15 minuten achter Kees. Bart werd hierdoor derde in zijn leeftijdscategorie en Kees vijfde. Bij John was het licht de laatste 30 kilometer langzaam uitgegaan. Hij verloor veel tijd en werd 21e in zijn categorie. Marc kwam slechts ong. 20 minuten na Kees binnen en werd 19e in zijn categorie. Zo eindigden alle WVA-renners bij de eerste 100 in het totaalklassement. Die avond was er de zorgvuldig door El Jefe geselecteerde herstelwijn en na op krachten te zijn gekomen volgde een lange nacht. Maandag 19 april Op maandag wachtte de mannen en koers over 96 km met, zoals de vorige dag, de hele dag klimmen en dalen. Meteen vanaf de start vlogen onze Italiaanse vrienden er als gekken in door de stevige wind die, vanaf de kant meteen voor een langgerekt peloton zorgde. John ontpopte zich al snel als de schlemiel van de dag door te lang achterin te blijven suffen terwijl voor hem de eerste gaten vielen. Toen hij besloot de benen maar eens te gaan pijnigen was het te laat. Met in het wiel een hele schare enthousiaste Italianen kwam de voorste groep niet meer dichterbij “Bravo, il treno Hollandese!”. Als een Italiaan je een schouderklopje geeft dan moet je je afvragen of je wel goed bezig bent. Marc, Bart, Erik-Jan en Kees waren wel bij de les en hadden plaats weten te nemen in de buik van het peloton dat bij tijd en wijlen langgerekt de ene klim na de andere verteerde. Na ongeveer een uur koers moest Marc de rol loslaten. Erik-Jan en Bart hielden stand tot de laatste klim. Toen vormde zich een kopgroep van ongeveer 30 man met hierin o.a. Kees. Zodoende werd Kees zesde in zijn categorie. Bart werd derde in zijn klasse en Marc 16e. De chip waarmee Erik-Jan reed bleek niet te hebben gewerkt zodat hij niet was geklasseerd. John had noodgedwongen de hele dag op kop zitten duwen en had vooral veel nieuwe vrienden gemaakt. “Merci pour tirer, hein!” riep een renster nog toen de mannen na afloop stonden na te praten. Het was voor iedereen en mooie dag geweest. Na weer een sublieme pasta “del jefe Kees” en de nodige herstelwijn, maakten de mannen er een lange nacht van. Dinsdag 20 april Vandaag een etappe van 85 km door Europa’s grootste openlucht museum door prachtige groene landschappen en langs ruige rotspartijen. Na de nodige “Peppi en Kokkie”-taferelen met zoekgeraakte sleutels, vergeten spullen en mannen die de weg kwijtraakten stonden de mannen aan de start en probeerden zich “avanti” te dringen in de zekerheid dat er weer een festijn stond aan te komen waarvoor woorden tekort schieten. De Italianen waren Il Locomotivo Holandese nog niet vergeten en grapten dat ze wel geld wilden bieden voor een overstap naar hun ploeg t.b.v. de a.s. ploegentijdrit. Deze keer was iedereen bij de les en had het aanwezige Amsterdamse wielrennen na de eerste beklimming in zijn geheel plaatsgenomen in de eerste groep. Kees deed herhaaldelijk pogingen om met een groepje weg te komen maar miste uiteindelijk de slag toen enkele kleine groepjes wegreden. Onderweg klonk een aantal malen het gekraak en gekletter van valpartijen. Een renner sloeg in de kant over de kop waarna even later een vijftal renners tegen het asfalt kwakte met voor een klein fortuin aan materiaal op de grond. Ook een groepje “Medio-Giro”-deelnemers werd onderweg overvallen door een stelletje wilde koersbeesten en werd genadeloos tegen de grond gesmeten. Halfkoers sloeg voor Erik-Jan het noodlot toe. Hij kwam bij hoge snelheid met zijn voorwiel in een gat terecht waardoor een stootlek ontstond. Een knal, gevolgd door een sissend geluid volgden waarop het hem maar net lukte om in balans te blijven. Maar helaas, wederom voor hem geen goed klassement die dag. Toen een auto met Shimano-wielen te hulp schoot bleek ook zijn achterband luchtledig. Met twee nieuwe wielen kon hij de wedstrijd vervolgen om uiteindelijk te midden van een groepje van de straat opgekrabbelde Italianen op vijf minuten van de grote groep aan te komen. Bart, Kees en John kwamen in de grote groep binnen, gevolgd door Erik-Jan en kort daar achter Marc. Bij aankomst bleek dat Bart die dag had gewonnen in zijn categorie, weliswaar met dezelfde tijd als een andere renner. Hij liet echter de prijsuitreiking links liggen. Liever een maaltijd van de Chef en herstelwijn dan een publiekelijk uitgereikt stuk kadaver. Woensdag 21 april: Etappe 4 Om 10.15 uur stonden de mannen opgesteld voor een etappe van 60 kilometer met aankomst bergop. De laatste 10 kilometer moest een kilometer worden geklommen met hier en daar hellingen ruim boven de 10 procent. Nadat de speaker “”O sole mio” had gezongen vertrokken de renners, gadegeslagen door een non die onderwijl aan haar mobieltje stond te frunniken tegen de achtergrond van een uit natuursteen opgetrokken kerk. Het peloton begon meteen aan een lastige, bochtige afdaling en na enkele kilometers lag al het eerste slachtoffer op straat. We zagen hem bewegen dus kon het niet ernstig zijn. John moest het in de afdaling al laten lopen terwijl de overige WVA-renners aan hun eerste serieuze klim begonnen. Daar sloot John aan bij Marc die de voorhoede juist los had moeten laten. Eendrachtig reden de mannen met in het wiel het gebruikelijke spoor van Italianen vervolgens naar de voet van de laatste beklimming onder het genot van juichende Italianen. Daarna was het uiteraard “ieder voor zich”. Kees kwam als eerste binnen, gevolgd door Bart, Erik-Jan en het duo Marc en John. In het algemeen klassement handhaafde Bart zich op een derde plaats in zijn categorie. Kees bleef zesde, Marc 8e en John 19e. Die avond waagden de mannen zich aan de prijsuitreiking in een luxe hotel in Porto Cervo. De eerste 3 dames hadden niet het postuur om op de trekker van boer Mertens te kunnen besturen. Toen de mannen aan de beurt waren voltrok zich voor het podium een boeiende scène. Ex-prof Massimiliano Lelli werd als eerste naar voren geroepen. Direct volgde een protest van de ploeg van ex-prof Daniele Nardello die als eerste boven was gekomen. Na enig beraad kwamen de heren er uit. Nardello had de hele week nog niet meegereden en werd daarom niet geklasseerd. Voor de overige renners was dit de vierde wedstrijd in 4 dagen en een overwinning voor Nardello zou niet eerlijk zijn geweest. Nardello moest bakzeil halen. Donderdag 22 april: De ploegentijdrit. Deze dag werd het voorlopige hoogtepunt van de week. Het was opnieuw prachtig weer en er stond de renners een unieke belevenis te wachten. Na de boot te hebben genomen naar het prachtige eiland Madelene stonden de mannen aan de start voor wat een geweldig mooie tocht zou worden. De zes-koppige Squadra di Amsterdam (5 WVA-renners en Piet), reden gesteund door een stevige wind in de rug meteen met 60 per uur in de richting van de eerste beklimming. Aan de voet van de beklimming denderden de mannen al over de eerste Italiaanse ploeg heen. Hierdoor gesteund joegen met name Kees en John het tempo hoog op. Piet en vervolgens Marc moesten het hierdoor voor gezien houden hetgeen geen probleem zou worden omdat de tijd van de derde renner zou worden geregistreerd. De mannen hadden het geweldig naar hun zin op het schitterende parcours met goed lopende bochten. In totaal werden vier Italiaanse ploegen tijdens de 20 kilometer lange etappe opgevreten. Deze ploegtijdrit was een gebeurtenis die te vergelijken is met een rit in en achtbaan. Het klimmen en dalen, de hoge snelheid, de goed lopende bochten en het onderwijl op elkaar letten en elkaar steunen waren een sensationele ervaring. Het enthousiasme na afloop was groot en het duurde lang voordat het peil van de adrenaline bij de mannen weer tot normale hoeveelheid was teruggebracht. Uiteindelijk eindigde de Squadra di Amsterdam als 13e van de 79 teams. Vrijdag 23 april: De zesde etappe. Vandaag voor het eerst geen zonovergoten Italiaans landschap en klevend rubber in soepele bochten maar een deels nat parcours bij af en toe regen. De organisatie had voor deze dag en “Gran Fondo”: een open cyclo bedacht van ongeveer 125 kilometer. Met venijnige klimmen en pittige afdalingen. De start was in het stadje Nuoro: authentiek pittoresk met veel steentjes en smalle straatjes met hierin geparkeerde Fiatjes. Ook de organisatie had direct na de start grote moeite om zijn weg in dit dolhof te vinden want de renners konden tweemaal in de remmen om in omgekeerde richting opnieuw te proberen om het stadje uit te komen. Dit gaf natuurlijk weer veel geschreeuw, gescheld, geouwehoer en vermaak voor Amsterdamse cultuursnuivers. Het werd een loodzware dag met ook nog veel wind en met op het laatst onverwacht nog een steile klim van vijf kilometer. De woordenschat van Erik-Jan werd tijdens de slotklim steeds groter. Het was zwaar “Cazzo”. De mannen eindigden opnieuw vrij kort na elkaar met een opvallend sterke Marc die ogenschijnlijk het minst te lijden had van het grote aantal reeds verteerde kilometers. De mannen handhaafden of verbeterden hun positie in het klassement. Zaterdag 24 april: de individuele tijdrit. Het sluitstuk van de Giro vormde een individuele tijdrit over 20 kilometer. Net als bij de ploegentijdrit was de organisatie hiervan gesmeerd Italiaans. Geen gezeik, gewoon bij de start gaan staan en iedere 40 seconden worden weggestuurd. En is de rij te lang dan ga je nog even inrijden. Met benen van met prikkeldraad bewapend baksteen gingen de mannen de eerste afdaling af om na een kilometer in de eerste klim bijna stil te vallen. Toch werd ook op deze dag weer genoten van het prachtige parcours met mooi asfalt in het geweldige Sardijnse landschap. De mannen kwamen kort na elkaar, in een tijdsbestek van een halve minuut binnen met als eerste Kees, gevolgd door Marc die opnieuw bewees de meest slijtvaste renner te zijn van het Amsterdamse gezelschap. Die middag waren de prijsuitreikingen: een lange reeks met Italiaans geouwehoer onderbroken door applaus voor van alles en nog wat. Bart was derde in zijn categorie geworden maar door een fout van de organisatie was hem een extra uur aangenaaid. Protesten van Piet leidden er toe dat dit werd rechtgezet en Bart alsnog zijn gerookte Italiaanse delicatesse in ontvangst kon nemen waar niemand meer iets van heeft vernomen. In het algemeen klassement eindigde Kees op een 28e plaats (6e in zijn klasse). In dit bijzonder sterke veld met ex-profs en andere halve broodrenners een geweldige prestatie. Bart werd (gecorrigeerd) 59e en Marc 64e (5e in zijn klasse) en John en 69e (13e in zijn klasse) in een week die werd begonnen met ruim 300 deelnemers. Erik-Jan werd niet geklasseerd doordat hij de eerste etappe niet heeft meegereden. Piet heeft de week vooral genoten van het fietsen, sfeer en landschap en heeft niet gereden voor het klassement zodat hij in de achterhoede eindigde. Na een laatste door Piet geschonken “gefermenteerde rosso” propten zes mannen met bagage en zeven fietsen zich in de bus van Bart om via vliegtuig, boot en auto een ruime dag later zonder kleerscheuren een begin te maken met het bijkomen van de vermoeienissen. ![]() La squadra di Amsterdam voor de start van de ploegentijdrit 2009Foto's casa 2009Verslag Spaarnwoude 22 februariScheurbuik en El Jefe troffen elkaar na zich de vorige dag al flink te hebben uitgesloofd op het natte cirquit van De Kampioen. Dankzij Casa en herstelwijn maken de mannen weer een vliegende seizoensstart door en het duurde dan ook niet lang of De Chef koos het hazepad samen met Gerard Nijssen en Rinus Cerfontain. Jullie verslaggever had dankzij wat glijwerk al snel de schrik in de benen en besloot een aantal ronden later toch om, samen met Hans van Eijk, het gat te gaan dichtrijden. Het vijftal slonk na het afsprinten van de masters tot een tweetal, namelijk El Jefe en ondergetekende die na twee zware koersdagen het maar op een eindsprint lieten aankomen die door El Jefe, die weer reed zoals hij een pastamaaltijd bereidt, eenvoudig werd gewonnen. Het seizoen is dank zij het Casa-avontuur weer goed begonnen. Casa-JournaalOktober 2008
![]()
![]() ![]() Rastapopoulos de ongenaakbare. Je verwacht ook niet anders met zulke bovenbenen.
![]() foto: Henny Haamans Verslag Spaarnwoude 13-04-2008Kees en John reden opnieuw met halfvolle benen naar Spaarnwoude om te zien wat de koers aldaar brengen zou na de niet geringe inspanningen van de voorgaande dag in Sloten. Daar aangekomen bleek er opnieuw een zwart-gele armada met o.a. Marc, Rene, Danny Bekker, Menno Helvensteijn en Seppe Hoogzaad te zijn afgekomen op de riante "prijzenpot" met de bedoeling om die zoveel mogelijk door te sluizen naar het goede doel.Het was mooi weer en behoorlijk druk, zo'n 84 man en het tempo zat er meteen goed in. Na een klein half uur demarreerde Seppe en John fietste er achteraan. Ze bouwden snel een voorsprong op van een halve minuut dank zij het stopwerk van de Gaul-renners wat niet iedereen kon waarderen. In het begin werden de kopbeurten nog gelijkelijk verdeeld maar Seppe bleef hard rijden en John kreeg steeds meer pijn in zitvlak en benen en kon steeds minder lang overnemen. Sprinten was niet nodig want John was veel te blij dat hij er was. Die middag Parijs-Roubaix gekeken met de vraag hoe het achterwerk wel niet moet voelen na die narigheid.
Verslag DTS 27-01-2008Vandaag naar de inmiddels derde wedstrijd bij DTS gefietst. Voor de afwisseling regende het niet. Het was te merken aan de belangstelling want er stonden meer dan 80 renners aan de start en van die 80 waren er een niet gering aantal eliterenners die in teamverband waren komen opdagen. Meerdere Ubbink Syntec renners, meerdere Ruiter Dakkapellenmannen…ja zelfs Pieter Scheerens die zijn gedeelde eerste plek met Rick Krijt moest verdedigen keek angstig de kantine rond alvorens hij zich met een samengeknepen koersbroek naar de witte lijn begaf. Onder het elitegeweld troffen we ook Kees Cohen aan. De gigant van Sloten, die zijn geluk wilde beproeven op een alternatief parcours. Ondergetekende had al snel in de gaten: meerijden… niet ontsnappen, want dat wordt een chasse patat. Kees zijn visie was niet veel anders. (wacht nog maar een paar weekjes) En inderdaad. De eerste twintig minuten werd de gaskraan flink opengedraaid. Volgen, volgen was het motto. Daarna werd er van tijd tot tijd een moment van rust ingelast, maar het duurde toch drie kwartier voor ik eindelijk eens voorin belandde. Een half uur daarna stond ik langs de lijn met een lekke band. Kees begon doldriest te rijden in de gedachte dat hij in de kopgroep zat. Niets was minder waar. Kameraad Scheerens stapte de koers uit vanwege een val vorige week, die gecombineerd met een vergroeide heup vanwege een honkbalverleden leidde tot deze opgave. Wat zou het ook allemaal. Het was weer een prachtzondag temeer daar ik Lars Boom nog wereldkampioen zag worden. René Verslag DTS 20-01-2008Een vijftigtal coureurs stond klaar op een, met 12 graden, beslist niet koude Kalverhoek. Vanaf de start werd meteen hard gereden op een parcours dat dermate glad was dat ik er na enkele ronden vrijwel van overtuigd was dat er iets mis was met mijn materiaal of op z'n minst te weinig bandenspanning. Met name in de bocht met de steentjes voelde het alsof de buitenband eraf rolde en in de tweede ronde ging mijn fiets hier richting dwarsstand zodat ik besloot om maar even achter in het peloton te blijven zitten. Inmiddels ontsnapten 5 man en liet het peloton het er een beetje bij zitten. Half koers reed ik naar voren om enkele ronden later met een medevluchter van DTS weg te rijden. Een paar ronden later was het peloton uit het zicht verdwenen maar het was al veel te laat om de koplopers nog in beeld te krijgen. Achter winnaar Rick Krijt en zijn vier vluchtmaten werden we zes en zeven. Desondanks was het een mooie wedstrijd met spannende bochten maar verder goede omstandigheden. John Koersrumoer op het velodrômeOp ziekenbezoek bij Vincent die op de schaatsbaan van Collalbo (Klobenstein) achter de rug van keizer Shimizu, in een ultieme poging om uit de wind te blijven zichzelf met zijn schaats verwondde. Details ontbreken want "De Bikkel uit Monnikendam" laat over zijn medische begeleiding weinig los.
Verslag Oliebollenkoers Lisse 31/12/07Een standbeeld voor Peter Bemelman c.s. voor het organiseren van zo'n fijne koers, ieder jaar net voor de oliebollenbingo aan de rand van prachtdorp Lisse. De koersmare was weggestopt op pagina 4 van het digitale clubblad. Een verstandig besluit want desondanks was er een opkomst van meer dan 50 naar strijd hongerende coureurs, alsof het seizoen al lang was begonnen. Aan de start o.a. de renners van het goede doel Bekker, Helvensteijn, Mens, en Onnen die wegens tijdvergissing na enkele ronden aansloot.
|